Op deze pagina treft u een artikel uit het Nederlandse maandblad Hoefslag, nummer 8 uit 2002..

''KLINISCH HOEFKATROL''

Is er een behandeling voor paarden met ‘hoefkatrol’? In manege Olympic in Uden werd een clinic gegeven over dit onderwerp door Antoine de Bodt. Hij zou paarden met ‘hoefkatrol’ door training weer rad kunnen krijgen. De trainer in kwestie heeft zelf Prix St. Georges gereden en is verbonden aan de website www.hoefkatrol.com.

 

De lange kant is de slappe kant en met name de linkerschouder en dus het linkervoorbeen wordt op die manier overbelast. Is het gek dat hij dan links-voor mankt. Als ik het paard, door mijn hand voor het zadel te houden tegen de bolle en naar de holle kant duw, voelt mijn hand achter het zadel dat de rug rechter wordt. Het paard verdeelt daarop zijn gewicht wel beter over zijn vier benen en trekt linksachtr bij. Als de amazone hem echter via de ongelijke druk op de teugels steeds de kans geeft zich scheef te houden op haar steunge-vende hand, hoeft hij zijn gewicht niet netjes te verdelen.’ De amazone werd geïnstrueerd om haar paard, met de stijve rechterzijde, op de linkerhand te rijden. Daarbij moest ze contrastelling nemen en minimaal gelijke druk op de teugels houden of liever meer druk op de rechter dan op de linker teugel. Op het moment dat het paard zou ontspannen en nageven moest de amazone met haar handen meegaan met de mond. De druk op de teugels moest meer observeren dan corrigeren zijn. De amazone kon het gevraagde echter niet uitvoeren. ‘Zo komen we er niet, de amazone kan kennelijk zelf ook niet buiten de steun van de teugels en het paard is niet toe aan stang en trens’, concludeerde De  Bodt na enige tijd en liet afstijgen. Vervol-gens nam hij het paard aan de dubbele longe en liet het op de buitenteugel nageven en ontspannen. Alles in een rustig tempo zodat het paard zich door zijn snelheid ook niet op de voorhand zou kunnen gooien. Toen hij er daarna zelf op ging kon hij het paard wel in ontspanning rijden in de contrastelling. Maar bij pogingen om de contrastelling wat te verminderen raakte het paard weer in onbalans, viel het terug op de voorhand en versnelde het zijn tempo. De volgende combinatie was echter aan de beurt en De Bodt moest dit paard met tegenzin en naar zijn gevoel veel te vroeg weer afgeven. 

Juiste training 

Om nog eens te benadrukken dat het onderbrengen van de achterhand een voor het paard natuurlijke en uitvoerbare handeling is, hield De Bodt zijn publiek het volgende voor: ‘Als een paard in de wei over de omheining dat verre gras wil eten, kan hij ook zijn achterbenen zowat tegen zijn voorbenen aanzetten om zo ver mogelijk naar voren en beneden te kunnen reiken zonder dat hij voorover valt. Een paard kan dat alleen als hij zijn lichaam recht houdt, zijn buikspieren aantrekt, zijn rug opspant en zijn zwaar-tepunt ver genoeg naar achteren laat liggen. Alleen een rechtgericht paard kan verzameld worden. Dat zei de grote Reiner Klimke ook altijd. Een paard dat  

met een lange achterhand loopt, is altijd sterk in de mond en zwaar in de hand. Als het paard daarentegen de hand volgt, komt de achterhand er onder. Als ik ter correctie paarden krijg die na een maand nog onzuiver zijn, hoeft men niets te betalen. Ik ken mensen die drie paarden hebben met aan dezelfde voet hoefkatrol. Die paarden zijn teveel op de voorhand gereden en de voet doet zeer door de over-belasting. Ik laat altijd het speciale beslag eraf halen en geef dan de juiste training. Na drie weken zijn de paarden in drie gangen perfect nageeflijk en recht. Bij mij mag alleen met een correct verzameld paard zijgangen gereden worden. Alleen een paard dat rechtgericht is en dus zijn gewicht correct over zijn vier benen heeft verdeeld, kan halthouden.’

Nadat nog vier andere combinaties werden geholpen die verbetering lieten zien en even aan de dubbele longe liepen, was de clinic voorbij. Er was een paard met een straalbeentje graad 4 dat, nadat het rechtgericht werd, weer zuiver liep. Er waren ook paarden met een scheefstand in de wervelkolom en met een praktisch onderontwikkelde, verkrampte of verkorte spiergroep, maar die in deze korte tijd minstens verbetering lieten zien. Het vergt denkwerk en gevoel van de ruiter om de problemen te analyseren en op te lossen. Dat zal niet voor iedereen weggelegd zijn. Het blijft echter de vraag of scheef lopen het gevolg is van de fysieke afwijking of van verkeerde training.<

 

 

 

TEKST: ANS STOUB 

V

 

olgens Antoine de Bodt is ‘hoef-

katrol’ een kwestie van overbe-

lasting. Hij werkt samen met een dierenarts en heeft gemerkt dat meer temperamentvolle paarden sneller op de voorhand komen te hangen dan de minder temperamentvolle. De Bodt heeft een ruime opvatting over de kreupelheden die hij onder de noemer ‘hoefkatrol’ schikt: ‘Een groot deel van de paarden dat wij behandelen heeft klinisch hoefkatrol. Dat betekent dat er op de foto niets te zien is. Aan een tendinitis (peesontsteking) kan ik ook niets doen.’ Voor hem staat echter niet vast dat een straalbeen met vergrote voedingskanalen altijd kreupelheid veroor-zaakt en dat een paard met een onaange-tast straalbeentje nooit ‘hoefkatrol’ zou kunnen krijgen. Hij wijt de kreupelheden die het etiket ‘hoefkatrol’ opgeplakt krijgen aan een verkeerde verdeling van het gewicht over de vier paardenbenen en overbelasting, meestal van een voorbeen. 

Rechts gebogen

De Bodt begon de clinic met een theoreti-sche uitleg over de manier waarop een paard het eigen gewicht en dat van de ruiter verkeerd kan verdelen en wat dat te weeg brengt in het paardenlichaam. ‘Acht van de tien paarden zijn van nature rechts gebogen. Dat wil zeggen dat zijzich hol maken aan de rechterkant en bol aan de linkerkant. Daardoor zijn zeverkort en stijf aan de rechterkant en langgerekt aan de linkerkant. Dus niet zoals bijna iedereen zegt dat het paard vast zit aan de linkerkant. Nee, zo’n paard is stijf en vast aan de rechterkant en juist slap aan de linkerkant. Daarom moet je ook niet, zoals gebruikelijk is, beginnen met aan de linkerteugel te trekken om hem naar links gebogen te krijgen. Je krijgt die rechterkant niet opgerekt en ontspannen door aan de linkerteugel te trekken. Het paard verbuigt misschien in de hals, maar wordt daar niet recht of soepel van. Je moet juist contact zoeken op de rechter-kant totdat de druk op de teugels even groot is en hem op die manier recht maken.’ Het allerbelangrijkste in de trai-ning is volgens De Bodt dan ook recht richten, laten ontspannen en voorwaarts neerwaarts rijden. ‘Ik vertel niets nieuws want iedereen heeft het over recht richten, maar niemand zegt wat dat is en hoe je dat bereikt. Een paard kan name-lijk best over twee sporen lopen en toch krom in zijn lijf zijn. Simpel zeggen ‘de voorhand voor de achterhand richten’ is daardoor ook niet juist.

 

Overbelasting

De eerste combinatie waarmee werd gewerkt, bestond uit een amazone en eenpaard dat op stang en trens is gereden en niet bepaald ‘lekker’ liep. Hij was boven-dien ontzettend met zijn tong bezig en had moeite met alleen al netjes, regel-matig rond te lopen. De amazone moest het paard laten halthouden en De Bodt beoordeelde op dat moment naar welke kant het paard gebogen was. ‘Het bit steekt er aan de linkerkant meer uit danaan de rechterkant. Het paard is dus gebogen naar de kant waar de druk op de teugels het laagst is en het bit dus niet uitsteekt, in dit geval naar rechts. Hetpaard zal, omdat hij stijf is aan de rech-terkant, zijn linkerachterbeen niet willen belasten en dit buiten de massa zetten. Om niet om te vallen, moet hij zijn gewicht meer op het rechter achterbeen, maar nog veel meer op de voorhand over-brengen.

 

    <Terug naar boven> 

 

                     

 

<Terug naar boven>