|
Is
er een behandeling voor paarden met ‘hoefkatrol’? In manege
Olympic in Uden werd een clinic gegeven over dit onderwerp door
Antoine de Bodt. Hij zou paarden met ‘hoefkatrol’ door
training weer rad kunnen krijgen. De trainer in kwestie heeft
zelf Prix St. Georges gereden en is verbonden aan de website www.hoefkatrol.com.
|
De
lange kant is de slappe kant en met name de linkerschouder en
dus het linkervoorbeen wordt op die manier overbelast.
Is het gek dat hij dan links-voor mankt. Als ik het paard, door
mijn hand voor het zadel te houden tegen de bolle en naar de
holle kant duw, voelt mijn hand achter het zadel dat de rug
rechter wordt. Het paard verdeelt daarop zijn gewicht wel beter
over zijn vier benen en trekt linksachtr bij. Als de amazone hem
echter via de ongelijke druk op de teugels steeds de kans geeft
zich scheef te houden op haar steunge-vende hand, hoeft hij zijn
gewicht niet netjes te verdelen.’ De amazone werd geïnstrueerd
om haar paard, met de stijve rechterzijde, op de linkerhand te
rijden. Daarbij moest ze contrastelling nemen en minimaal
gelijke druk op de teugels houden of liever meer druk op de
rechter dan op de linker teugel. Op het moment dat het paard zou
ontspannen en nageven moest de amazone met haar handen meegaan
met de mond. De druk op de teugels moest meer observeren dan
corrigeren zijn. De amazone kon het gevraagde echter niet
uitvoeren. ‘Zo komen we er niet, de amazone kan kennelijk zelf
ook niet buiten de steun van de teugels en het paard is niet toe
aan stang en trens’, concludeerde De Bodt na enige tijd
en liet afstijgen. Vervol-gens nam hij het paard aan de dubbele
longe en liet het op de buitenteugel nageven en ontspannen.
Alles in een rustig tempo zodat het paard zich door zijn
snelheid ook niet op de voorhand zou kunnen gooien. Toen hij er
daarna zelf op ging kon hij het paard wel in ontspanning rijden
in de contrastelling. Maar bij pogingen om de contrastelling wat
te verminderen raakte het paard weer in onbalans, viel het terug
op de voorhand en versnelde het zijn tempo. De volgende
combinatie was echter aan de beurt en De Bodt moest dit paard
met tegenzin en naar zijn gevoel veel te vroeg weer
afgeven.
Juiste
training
Om
nog eens te benadrukken dat het onderbrengen van de achterhand
een voor het paard natuurlijke en uitvoerbare handeling is,
hield De Bodt zijn publiek het volgende voor: ‘Als een paard
in de wei over de omheining dat verre gras wil eten, kan hij ook
zijn achterbenen zowat tegen zijn voorbenen aanzetten om zo ver
mogelijk naar voren en beneden te kunnen reiken zonder dat hij
voorover valt. Een paard kan dat alleen als hij zijn lichaam
recht houdt, zijn buikspieren aantrekt, zijn rug opspant en zijn
zwaar-tepunt ver genoeg naar achteren laat liggen. Alleen een
rechtgericht paard kan verzameld worden. Dat zei de grote Reiner
Klimke ook altijd. Een paard dat
met
een lange achterhand loopt, is altijd sterk in de mond en zwaar
in de hand. Als het paard daarentegen de hand volgt, komt
de achterhand er onder. Als ik ter correctie paarden krijg die
na een maand nog onzuiver zijn, hoeft men niets te betalen. Ik
ken mensen die drie paarden hebben met aan dezelfde voet
hoefkatrol. Die paarden zijn teveel op de voorhand gereden en de
voet doet zeer door de over-belasting. Ik laat altijd het
speciale beslag eraf halen en geef dan de juiste training. Na
drie weken zijn de paarden in drie gangen perfect nageeflijk en
recht. Bij mij mag alleen met een correct verzameld paard
zijgangen gereden worden. Alleen een paard dat rechtgericht is
en dus zijn gewicht correct over zijn vier benen heeft verdeeld,
kan halthouden.’
Nadat
nog vier andere combinaties werden geholpen die verbetering
lieten zien en even aan de dubbele longe liepen, was de clinic
voorbij. Er was een paard met een straalbeentje graad 4 dat,
nadat het rechtgericht werd, weer zuiver liep. Er waren ook
paarden met een scheefstand in de wervelkolom en met een
praktisch onderontwikkelde, verkrampte of verkorte spiergroep,
maar die in deze korte tijd minstens verbetering lieten zien.
Het vergt denkwerk en gevoel van de ruiter om de problemen te
analyseren en op te lossen. Dat zal niet voor iedereen weggelegd
zijn. Het blijft echter de vraag of scheef lopen het gevolg is
van de fysieke afwijking of van verkeerde training.<
|
|
TEKST:
ANS STOUB
olgens
Antoine de Bodt is ‘hoef-
katrol’
een kwestie van overbe-
lasting.
Hij werkt samen met een dierenarts en heeft gemerkt dat meer
temperamentvolle paarden sneller op de voorhand komen te hangen
dan de minder temperamentvolle. De Bodt heeft een ruime
opvatting over de kreupelheden die hij onder de noemer
‘hoefkatrol’ schikt: ‘Een groot deel van de paarden dat
wij behandelen heeft klinisch hoefkatrol. Dat betekent
dat er op de foto niets te zien is. Aan een tendinitis
(peesontsteking) kan ik ook niets doen.’ Voor hem staat echter
niet vast dat een straalbeen met vergrote voedingskanalen altijd
kreupelheid veroor-zaakt en dat een paard met een onaange-tast
straalbeentje nooit ‘hoefkatrol’ zou kunnen krijgen. Hij
wijt de kreupelheden die het etiket ‘hoefkatrol’ opgeplakt
krijgen aan een verkeerde verdeling van het gewicht over de vier
paardenbenen en overbelasting, meestal van een voorbeen.
Rechts
gebogen
De
Bodt begon de clinic met een theoreti-sche uitleg over de manier
waarop een paard het eigen gewicht en dat van de ruiter verkeerd
kan verdelen en wat dat te weeg brengt in het paardenlichaam.
‘Acht van de tien paarden zijn van nature rechts gebogen. Dat
wil zeggen dat zijzich hol maken aan de rechterkant en bol aan
de linkerkant. Daardoor zijn zeverkort en stijf aan de
rechterkant en langgerekt aan de linkerkant. Dus niet zoals
bijna iedereen zegt dat het paard vast zit aan de linkerkant.
Nee, zo’n paard is stijf en vast aan de rechterkant en juist
slap aan de linkerkant. Daarom moet je ook niet, zoals
gebruikelijk is, beginnen met aan de linkerteugel te trekken om
hem naar links gebogen te krijgen. Je krijgt die rechterkant
niet opgerekt en ontspannen door aan de linkerteugel te trekken.
Het paard verbuigt misschien in de hals, maar wordt daar niet
recht of soepel van. Je moet juist contact zoeken op de
rechter-kant totdat de druk op de teugels even groot is en hem
op die manier recht maken.’ Het allerbelangrijkste in de
trai-ning is volgens De Bodt dan ook recht richten, laten
ontspannen en voorwaarts neerwaarts rijden. ‘Ik vertel niets
nieuws want iedereen heeft het over recht richten, maar niemand
zegt wat dat is en hoe je dat bereikt. Een paard kan name-lijk
best over twee sporen lopen en toch krom in zijn lijf zijn.
Simpel zeggen ‘de voorhand voor de achterhand richten’ is
daardoor ook niet juist.
|
Overbelasting
De
eerste combinatie waarmee werd gewerkt, bestond uit een amazone
en eenpaard dat op stang en trens is gereden en niet bepaald
‘lekker’ liep. Hij was boven-dien ontzettend met zijn tong
bezig en had moeite met alleen al netjes, regel-matig rond te
lopen. De amazone moest het paard laten halthouden en De Bodt
beoordeelde op dat moment naar welke kant het paard gebogen was.
‘Het bit steekt er aan de linkerkant meer uit danaan de
rechterkant. Het paard is dus gebogen naar de kant waar de druk
op de teugels het laagst is en het bit dus niet uitsteekt, in
dit geval naar rechts. Hetpaard zal, omdat hij stijf is aan de
rech-terkant, zijn linkerachterbeen niet willen belasten en dit
buiten de massa zetten. Om niet om te vallen, moet hij zijn
gewicht meer op het rechter achterbeen, maar nog veel meer op de
voorhand over-brengen.
|