Rijtechnisch
Probleem
Volgens de uit België afkomstige trainer Antoine de
Bodt is hoefkatrolontsteking helemaal geen medisch, maar een rijkunstig
probleem. De Bodt heeft op basis van jarenlange ervaring een theorie
ontwikkeld waarin hij de ontsteking aan het hoefkatrol ziet als een
gevolg van scheefrijden. De Bodt: “Ieder paard staat van zichzelf
enigszins scheef. Dit kan door de ruiter tijdens het rijden gecorrigeerd
worden. Echter de meeste ruiters rijden, meestal onbewust, door in de
buiging die het paard neemt en gaan zelf hun houding ook automatisch op
die kant richten. Het paard gaat hierdoor steeds schever lopen met
kreupelheid als gevolg. Omdat de hoef de zwakke schakel is, komen de
symptomen hier het eerst tot uiting”.
In tegenstelling van wat doorgaans wordt gedacht, ziet De Bodt geen
medische oorzaak van hoefkatrolontsteking. “Door een verkeerde
training ontstaat een overbelasting van de voorhand. Als deze
overbelasting lang aanhoudt zijn ontstekingen en kreupelheid niet meer
dan een logisch gevolg”.
kreupel
Een paard met hoefkatrolontsteking loopt
kreupel, durft
de voeten niet goed neer te zetten en heeft ook vaak een verkorte pas.
Vaak zijn beide voorbenen aangetast, de één iets meer dan de ander.
Het hoefkatrolgebied bevindt zich in het achterste gedeelte van de
voeten. Het bestaat uit een straalbeentje, het hoefgewricht en de pees
van de diepe buiger. Dit straalbeen vangt de schokken op tijdens het
lopen. Bij hoefkatrolontsteking is dit botje door verkalking van de
voedingskanaaltjes ruw geworden. Hierdoor doet het pijn als de pees er
over heen loopt, het paard gaat dan kreupel lopen.
Alvorens de diagnose hoefkatrolontsteking oftewel podotrochleose te
stellen bekijkt de dierenarts de vorm en kwaliteit van de hoef en de
straal. Verder wordt kritisch gekeken naar de stand van de benen en de
gangen. Vervolgens laat hij het paard aan de hand van een assistent in
stap en draf op harde ondergrond van zich af en naar zich toe komen.
Hierna worden de gangen van de zijkant bekeken en als laatste op de
kleine volte. Vaak wordt ook de buigproef toegepast, maar een
nauwkeuriger methode is door plaatselijk te verdoven. Bij deze manier
worden de zenuwen die naar het hoefkatrolgebied lopen verdoofd via een
reeks van injecties die naar de hoef toe lopen. Na iedere injectie wordt
gecontroleerd op kreupelheid. Als blijkt dat het paard na de injectie
niet meer kreupel loopt of aan het andere voorbeen kreupelt dan is
duidelijk dat de pijn uit de achterste hoefhelft komt.
Vervolgens worden röntgenfoto’s genomen. Zijn de straalbeentjes op
welke wijze dan ook afwijkend ten opzichte van een gaaf botje, dan wordt
gezegd dat het paard gevoelig is voor hoefkatrolontsteking. Echter bij
sommige paarden met hoefkatrolontsteking is geen afwijking te zien op de
röntgenfoto’s. Dit wordt klinische hoefkatrolontsteking genoemd.
Antoine de Bodt hecht weinig waarde aan de foto’s. “Sommige paarden
met hoefkatrolontsteking hebben inderdaad vergrote gaten of
voedingskanalen in het straalbeen. Die gaten komen ook voor bij gezonde
paarden. En er zijn paarden met hoefkatrolontsteking die geen gaten
hebben”.
Rechtrichten
Volgens Antoine de Bodt is hoefkatrolontsteking geen
probleem van de hoeven, maar zit het in de rug. “De meeste mensen
weten niet of hun paard links of rechts gebogen is. Daardoor rijden ze
het paard niet recht. Op die manier ontstaat er spanning in de rug, die
zich in de hoeven uit. Dr. Reinier Klimke zei ooit: ‘Alleen een
rechtgericht paard laat zich verzamelen’. Als je niet weet hoe je een
paard moet rechtrichten kom je nooit tot een correcte verzameling en tot
een goed gebruik van de achterhand. Daardoor komt er teveel belasting op
de voorhand. De meest gemaakte fout is dat ruiters hun paard al naar
beneden willen rijden zonder het eerst recht te richten. Hoe vaak zie je
niet dat een ruiter door een slofteugel, martingal of door hard te
trekken zijn paard met de neus naar beneden probeert te krijgen.
Voorwaarts neerwaarts is een gift van je paard. Je krijgt het als
beloning voor correct rechtrijden en drang naar voren”.
Antoine de Bodt kan terugkijken op een carrière van vijfendertig jaar
in de paardensport. Elf jaar gelden kwam hij voor het eerst een paard
met hoefkatrolontsteking tegen. Het dier was van een kennis die hem naar
de slager wilde brengen. “Ik vond het een mooi paard, dus ik vroeg of
ik niet eens mocht proberen met hem te gaan rijden”. De eigenaar
stemde toe en Antoine ging zijn gang. Hij kwam er al vrij snel achter
dat het paard verkeerd gereden werd. “In acht dagen tijd had ik het
dier rad lopen. Hij is nu 21 en is nooit meer kreupel geweest”.
Het opmerkelijke aan De Bodt’s methode is, dat de resultaten soms al
binnen een kwartier zichtbaar zijn. Zelfs bij paarden die verondersteld
worden hoefkatrolontsteking fase 3 of 4 te hebben. “Ik ben tevreden als ik ruiter en paard kan helpen. Dan ben ik een gelukkig
mens. Ik probeer de ruiter uit te leggen hoe hij zijn paard moet
rechtrichten. Ze moeten dan thuis natuurlijk niet weer in hun oude
patroon vervallen. Ik weet zeker dat deze manier van rijden
hoefkatrolontsteking bestrijdt. Ik heb nooit in mijn carrière manke
paarden of stalondeugden gehad. De paarden voelen zich lekker”.
“Door mijn methode gaan paarden niet alleen beter lopen, ze worden
veel beter in de omgang. Heel hun welzijn knapt er van op. Dat is ook
logisch, ze zitten beter in hun vel en hebben geen of in ieder geval
minder pijn. Wat ik doe is niets nieuws. Ik breng het alleen opnieuw
onder de aandacht. Het is allemaal heel logisch. Door het paard recht te
richten, verdeel je de druk over alle vier de benen. Dit is vaak niet
het geval. Paarden staan van nature iets meer naar links of naar rechts.
Als de ruiter dit onbewust stimuleert, komt de rug van het paard in een
geforceerde houding. Als de ruiter vervolgens probeert te verzamelen
komt alle druk op de voorbenen, die overbelast raken waardoor het paard
kreupel gaat lopen. Mijn methode is er in de eerste plaats op gericht om
het natuurlijk evenwicht te herstellen”.
Clinic
De Bodt demonstreerde zijn theorie voor het eerst in
Nederland tijdens twee clinics, één in Lunteren en één in Houten.
Ruiters konden met hun kreupele paard komen. Onder het toeziend
oog van de toegestroomde toeschouwers lichtte De Bodt zijn theorie toe.
Na een korte introductie door de ruiter over de medische geschiedenis
van het paard, bekeek De Bodt de stand van het paard. Hij liet
zien of de paarden links of rechts gebogen waren. Dit deed hij
door zijn hand op het zadel te leggen, het paard geeft dan direct
tegendruk. Zodra De Bodt zijn hand weghaalt, ‘valt’ het paard
letterlijk weer terug in zijn oude stand.
Daarna is het de beurt aan de ruiter. Door een paar rondjes in de bak te
stappen en draven laat De Bodt zien hoe onregelmatig het paard loopt.
Nadat hij heeft uitgelegd waar het probleem zit, mag de ruiter
afstappen. In Lunteren reed vervolgens zijn assistente, in Houten
longeerde De Bodt de paarden aan de dubbele longe. Door
contrastelling te vragen laat De Bodt de paarden zoeken naar hun
evenwicht. De paarden zoeken naar steun op de binnenteugel, maar
vinden die niet. Daardoor worden ze gedwongen zichzelf recht te
richten. Binnen tien minuten is het resultaat waarneembaar.
De paarden brengen beide achterbenen onder het lijf, zwaaien niet meer
protesterend met hun staart en brengen hun hoofd naar beneden om de
spieren op te rekken. In alle gevallen loopt het paard zuiverder.
Bij sommige is extra aandacht nodig, maar De Bodts methode werpt
duidelijk vruchten af. De paarden ontspannen, zijn voorwaarts en
kunnen in een enkel geval al verzamelen. Dat de paarden hun
buikspieren voorheen minder of helemaal niet gebruikten, blijkt wel uit
de inspanning die ze moeten leveren. Na de korte sessie aan de
longe staat het zweet tussen de benen.
Dan is het de beurt aan
de ruiters om een poging te wagen. Onder begeleiding van De Bodt
rijden ze nogmaals rond. In vrijwel alle gevallen staan de hoefafdrukken
nu in één lijn, wat vóór de sessie niet zo was. De ruiters
hebben de aanwijzingen van De Bodt wel nodig. Het is moeilijk om een
nieuwe manier van rijden in één keer op te pikken. Dat is de
moeilijkheid: thuis de rijmethode voort te zetten zonder begeleiding.
Een van de eerste cliënten uit België van De Bodt had met haar paard
al veel meegemaakt. Het dier had veel last van hoefkatrolontsteking en
stond op speciale ronde ijzers die aan de achterkant waren opgehoogd.
Eigenlijk had ze alle hoop opgegeven, toen ze met haar paard bij Antoine
de Bodt terecht kwam. “Ik heb toen anders leren paardrijden. Ik moest
leren voelen dat het paard op zijn schouder neerkwam en om de druk te
verdelen. Om het paard over de rug te rijden. Dat had ik daarvoor nooit
tijdens een les gehad. Ik moest leren de lange kant korter te maken en
de korte kant langer. Eigenlijk moet je inzien dat je zelf fout zit en
dat is niet makkelijk. Als je mijn paard nu ziet lopen kun je niet zien
dat hij ooit hoefkatrolontsteking had. Hij heeft ook nooit meer een
ontsteking gehad. Antoine leert je een correcte manier van rijden aan en
dat moet je volhouden. Het is een proces van bewust worden”.
Overbelasting
Hoefsmid Fernand van Geene bezocht een clinic:
“De Bodt heeft gedemonstreerd dat kreupelheid of onregelmatigheid het
gevolg kunnen zijn van overbelasting. Bovendien heeft hij laten zien dat
het niet in balans lopen van het paard tot overbelasting leidt. Met het
rechtrichten van het paard wordt die overbelasting weggenomen en
verdwijnt de onregelmatigheid voor het overgrote deel. Deze effecten
zijn na ongeveer vijftien tot twintig minuten al overduidelijk
zichtbaar. Het belang van de werkwijze van Antoine de Bodt lijkt me
duidelijk aangetoond voor het genezen en revalideren van paarden die
kreupel zijn. En het rad houden van paarden waarvan veel gevraagd wordt.
Zijn methodiek zou standaard deel uit moeten maken van de opleiding van
elke ruiter”.
Holistisch dierenarts Eric Laarakker vond de clinic erg interessant.
“Ik ben het er zonder meer mee eens dat er nodeloos te veel paarden
worden geslacht omdat ze hoefkatrolontsteking kunnen krijgen. Het hangt
te veel vast op de fotodiagnose. We zouden sowieso de hele fasering eens
moeten loslaten. Dat is gebaseerd op een onderzoek dat niet klopt, maar
wordt toch al jaren toegepast. Aan de hand van een foto krijgt het paard
een fase toebedeeld. Paarden die op de foto ook maar een kleine
afwijking vertonen, zijn plots niets meer waard ook al lopen ze nog
helemaal niet kreupel. Die ervaring hebben we ook in de praktijk, het
merendeel van de paarden loopt gewoon goed. Sommige paarden behandelen
we voor hoefkatrolontsteking en vaak kunnen die nog jaren mee. Soms komt
het terug, terwijl er aan de kwaliteit van het hoefkatrolmechanisme dan
geen veranderingen te zien zijn. De Bodt’s theorie dat paarden scheef
staan vanuit het bekken vind ik logisch. Eigenlijk is dat onze eigen
fout, wij accepteren dat het achterbeen minder wordt belast. Als een
paard dan verzameld moet lopen ontstaat er meer druk op de voorbenen.
Door anders te rijden, haal je die druk weg. Met manuele therapie
krijgen wij dezelfde resultaten als wat Antoine De Bodt laat zien”.
“Ik ben het niet met hem eens dat alle paarden met
hoefkatrolontsteking door anders te rijden geholpen kunnen worden. Niet
alle klachten komen vanuit de rug. Dat gaat mij te ver,” vervolgt
Laarakker. “Wat ik wel goed vind is dat we als dierenarts bij
problemen met de benen meer naar de rug gaan kijken. Een paard bestaat
niet alleen uit hoeven en benen, daar zit nog een heel dier aan. De
Faculteit der Diergeneeskunde besteedt daar weinig aandacht aan, simpel
omdat die kennis er nog niet is. Dat verandert nu, er is een kentering
gaande de laatste jaren en dat is een positieve ontwikkeling”.
Erfelijkheid
De Bodt stelt dat hoefkatrolontsteking niet erfelijk
is. “Ik heb nooit een lijn kunnen trekken in origines van de paarden
met hoefkatrolontsteking. Paarden met veel bloed zijn wel sneller
kreupel, omdat temperament veel meer moeilijkheden geeft in het rijden
en de fouten veel zwaarder straffen”. Dr. Evert Offereins zegt
hierover in zijn boek Paardebenen het volgende: “Zeker is dat
erfelijke factoren een rol spelen. Het is bekend dat sommige hengsten de
mogelijkheid tot het krijgen van hoefkatrolontsteking meer vererven dan
andere.” Hij voegt hier aan toe: “Het is heel moeilijk om over de
erfelijkheid van dit soort kwalen duidelijke cijfers te krijgen, omdat
ook ander factoren een rol spelen. In ieder geval is duidelijk dat
hoefkatrolontsteking tamelijk uitgebreid in de Nederlandse paardenstapel
voorkomt, maar evengoed in de Duitse, Franse en volbloedfokkerij”. De
Bodt weerlegt dat. “Sommige ruiters hebben drie of vier paarden achter
elkaar met hoefkatrolontsteking. Ze kopen steeds een nieuw paard, maar
passen hun rijmethode niet aan, waardoor de problemen steeds weer
terugkomen. Andere ruiters rijden tientallen paarden in hun carrière en
hebben nooit last van hoefkatrolontsteking. Dat kan onmogelijk toeval
zijn”
De Bodt is niet voor de standaard oplossingen voor hoefkatrolontsteking
zoals speciaal beslag, de egg-bar-shoe en podo beslag of medicijnen.
Paarden met hoefkatrolontsteking krijgen vaak pijnstillers, cortisone of
bloedverdunners. “Pijnstillers zijn het begin van het einde. Door het
gevoel weg te nemen, wordt de schade alleen maar groter doordat het
paard zijn blessure niet voelt. Soms geven behandelingen een tijdelijke
verbetering of kunnen het probleem stabiliseren, maar het leidt zelden
tot een blijvend resultaat. Zolang de ruiter het paard verkeerd blijft
belasten zal het probleem steeds terugkeren. Het is belangrijk een
kreupel paard eerst grondig te laten onderzoeken. Een paard
trainen met bijvoorbeeld peesontsteking of breuken is onzinnig en kan
ernstige gevolgen hebben”.
Tekst Esther van Middendorp
FOTO’S AMKE
Met dank aan Bit - Maandblad voor de paardenhouder.
|